Geschreven door Marco Daane en Kees Volkers op 7 april 2023

Over het verschijnsel scharrebier of scherbier bestaan veel onduidelijkheden en misverstanden. Scharrebier was in elk geval een bier van mindere kwaliteit, met minder voedingswaarde en minder alcohol. Het was goedkoper en werd veelal door het armere deel van de bevolking gedronken. De betere bieren pharao en israel kostten in 1575 in Amsterdam bijvoorbeeld 80 stuivers per ton, terwijl scharrebier daar in 1586 per ton 6 of 12 stuivers ‘deed’. Vergeleken daarmee zou een gewone of double IPA van het vat anno nu € 5,50 kosten tegen een alcoholarm blond bier ongeveer € 0,40 tot € 0,85.
De oorspronkelijke benaming voor scharrebier moet ‘scarpbier’ of ‘scharpbyer’ oftewel ‘scherpbier’ zijn geweest. ‘Scherp’ stond vroeger ook wel voor ‘schraal’. Dat scherpbier verbasterde op den duur tot scher- en daarna schar(re)bier. Een andere verklaring is dat het is afgeleid van ‘scharren’ in de betekenis van afkrabben, (bijeen)schrapen. Deze betekenis werd daar wel vooral in Zuid-Nederland aan gegeven, waar een ‘schar’ de laatste rest was die uit een pan werd gekrabd. Geassocieerd met bier lijkt ‘schar’ of ‘scharre’ veeleer uit de grote noordelijker biersteden te komen. Scharrebier is echter overal voorhanden geweest en er bestonden nog diverse andere benamingen voor die wellicht regionaal waren: schein, leckwors of leckwordt, lexsel, kymwaert, knirt en klitsert.

Hoe scharrebier werd gemaakt en mocht worden verkocht verschilde eveneens, per stad en periode. In elk geval werden er minder of andere grondstoffen gebruikt bij de productie ervan. Die kon wel op twee manieren plaatsvinden. Scharrebier was het resultaat van een derde ’trek’ van reeds eerder gebruikte mout (de draf of bostel), of werd apart gebrouwen als een heel licht bier, dus met minder grondstoffen (vooral mout). In Amersfoort werd het zo vervaardigd en was het geen aftreksel van gebruikte mout. Daar werd het overigens gemaakt met rogge, dat niet in regulier bier mocht worden verwerkt.

Scherbierstraat Amersfoort
Amersfoort.

Ongeacht de productiewijze werd er over scharrebier minder accijns betaald; meestal zelfs helemaal geen accijns. Dit kan van stad tot stad en van periode tot periode hebben verschild. In elk geval was de toepassing van de accijnsberekening steeds dezelfde.
Als de accijns werd berekend over de hoeveelheid gebruikte mout, maakten de meeste brouwers daar een dikbier en een dunbier uit. Vergelijken we de gestorte mout met een theezakje, dan gebruikte een brouwer voor dunbier het zakje dus nog een tweede keer. Delen van het dik- en dunbier mengde hij dan vaak nog, hetgeen bieren van een tussenkwaliteit opleverde. Men sprak dan bijvoorbeeld van 6-, 8- of 10-stuiversbier. De totaal door de brouwer betaalde accijns bleef gelijk, verspreid over meerdere bieren.
Wie als het ware het theezakje nog een derde keer gebruikte, hoefde daar in feite geen belasting meer over te betalen. Was het scharrebier geen derde aftreksel maar apart gebrouwen, dan gold in wezen hetzelfde. Uit een theezakje is één kop thee te zetten, maar ook zes. Eén kop thee vergde dan veel accijns, zes koppen thee per stuk heel weinig.

Hier was echter wel speciale toestemming voor nodig! De stadsbesturen waren namelijk beducht voor fraude, bijvoorbeeld voor het aanlengen van goede bieren met scharrebier. Dat zou de stad niet alleen accijnsinkomsten kosten, maar ook de kwaliteit en de reputatie van het bier schaden. Brouwers moesten bijgevolg onder ede verklaren dit niet te zullen doen en er stonden zware straffen op.
Scharrebier moest ook duidelijk en direct van goed bier te onderscheiden zijn. De brouwers mochten het niet in gewone biervaten opslaan en nooit samen met andere bieren vervoeren. Het mocht in de steden alleen in open vaten of emmers worden bewaard, zodat het alleen lokaal te verkopen en makkelijk te controleren was en snel geconsumeerd moest worden. Scharrebier was meestal ook alleen bedoeld voor lokale afzet. Eventueel vervoer naar buiten mocht alleen plaatsvinden in staande vaten met losse deksels of in vaten die waren gestopt met een strowis in plaats van een bonge of bom (de gebruikelijke schijfvormige houten stop). Verdere beperkende maatregelen waren niet ongebruikelijk. Zo mocht scharrebier nog in 1711 in Holland en West-Friesland niet later op de slee (het vervoermiddel) worden geplaatst dan één uur voor het luiden van de boomklok, die het sluiten van de stadsboom of waterpoort aankondigde. Vervoer van scharrebier werd kortom zoveel mogelijk ingeperkt.

Scharrebiersluis AmsterdamAmsterdam.

Scharrebier mocht dus alleen onder speciale voorwaarden worden verkocht, en vaak alleen op bepaalde plaatsen. Dat was waarschijnlijk ook in Amsterdam het geval. Daar was de Rapenburgersluis bij het Kadijksplein zo’n plek voor verkoop, onder meer aan schippers, wellicht als scheepsbier voor hun bemanningen. De Rapenburgersluis kreeg zelfs de bijnaam Scharrebiersluis. Formeel is dat overigens alleen de naam van de brug die over de sluis ligt. Vlakbij ligt ook het hiernaar vernoemde café Scharrebier, dat tegenwoordig echter geheel andere brouwsels schenkt.

Podcasts

Blogs

Adverteerders

×