Geschreven door Rudi Bakker op 6 juli 2023

Het werk in de Nederlandse bierbrouwerijen was aan het eind van de 19e eeuw ronduit zwaar te noemen. Een interview met Jan Hendrik Bartelink van de Hengelosche Stoom Beiersch Bierbrouwerij  in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 18 maart 1891 geeft daarvan een aardige indicatie: 
De heer Bartelink, lid der firma Meyling en Bartelink, bierbrouwer te Hengelo, heeft een personeel van een dertig man, gemiddeld wordt f8,20 per week gemaakt (RB ongeveer €280,- in 2023). Jongens zijn niet in dienst, daartoe is het werk te zwaar; er worden er geen aangenomen onder de 19 en 20 jaar. … V. Hoe is uwe verhouding tot uwe werklieden? A. Ik geloof goed; ik kan alles met hen gedaan krijgen. Get. deelt verder mede dat het bier ook des zondags moet rondgebracht worden, alhoewel het liever niet wordt gedaan. Het zondagswerk in de brouwerij zelf is in de laatste jaren zeer beperkt, daar nu zaterdags geen brouwsels meer worden gemaakt. Vrijdag nacht gaat het brouwsel in den kelder en dan wordt het in de loop van zaterdag behandeld. V. Hoe koud is het in de kelders, waarin de werklieden moeten werken? A. In den gistkelder 4,5 a 5 graden Réaumur (RB ongeveer 6 graden Celsius), in den bierkelder 0 of 1/2 graden Réaumur. V. Kunt gij opmerken, dat de werklieden hinder hebben van het werken in die koude temperatuur, of van den overgang van warme in koude lucht? A. Die in den kelder werken, blijven er den geheelen dag in, komen er alleen uit bij schafttijden en doen zoo weinig mogelijk werk in de lokalen, buiten den kelder. Voordat zij in den kelder gaan, hebben zij behoorlijk tijd om zich in den voorkelder, waar het niet zo koud is, af te koelen en een jas aan te trekken. V. Hebt ge niet veel met ziekten onder de werklieden te kampen? A. Niet meer dan andere fabrikanten. Toen wij vroeger bij ziekte het volle weekloon uitkeerden, hadden wij er veel last van; nu wij evenwel slechts het halve loon geven, heel weinig.
Wat het interview niet vermeldt is dat een normale werkweek destijds zes dagen omvatte, die elk tot 12 uur per dag konden duren. De grote brouwerijen, waar het hier om gaat, waren meestal ook ‘s nachts in bedrijf.

De werknemers hadden weinig in te brengen. In 1901 somde de voorzitter van de Bierbrouwersgezellenvereniging te Amsterdam de grieven op over Heineken's Bierbrouwerij: Een man wiens kind doodziek was, kon geen toestemming van den brouwmeester krijgen om naar huis te gaan. Een man die 23 jaar op de fabriek gewerkt had, kreeg zijn ontslag om eene kleine fout. Een man die 25 jaar gediend had, kreeg als cadeau loonsvermindering van 10 tot 8 gulden. lemand die zijn zuster moest begraven, kon eerst verlof krijgen toen de zuster reeds begraven was. Een man die 365 a 366 nachten per jaar werkte, kon geen vrijaf krijgen omdat zijn eenige dochter trouwde, evenmin toen zijn vrouw stierf. Een koetsier was wegens dronkenschap ontslagen, hoewel twee politie-agenten konstateerden dat hij volstrekt niet dronken was.

Als reactie op de zware arbeidsomstandigheden begonnen de arbeiders zich te organiseren in vakverenigingen. Vanuit Duitsland kwamen rond 1890 berichten dat brouwersgezellen onder dreiging van een algemene werkstaking hoger loon, een kortere werkdag en een overwerkregeling voor zondagswerk eisten. In Nederland organiseerden de brouwerij-arbeiders zich pas vanaf 1899. In dat jaar werden in Rotterdam de bierbrouwersgezellenvereniging Door Vereeniging Verbetering (D.V.V.) opgericht en in Amsterdam Door Eendracht Verbetering (D.E.V.). De verenigingen stonden niet op zichzelf, maar waren aangesloten bij de Rotterdamsche Bestuurdersbond en het Nationaal Arbeiderssecretariaat. Dit waren overkoepelende organisaties voor arbeidersbelangen waar ook andere beroepsverenigingen bij waren aangesloten. Met medewerking van D.V.V. en D.E.V. werd in 1901 in Den Haag de brouwersgezellenvereniging Eendracht Maakt Macht opgericht. Samen met afdelingen in Haarlem en Hengelo vormden zij in 1904 de Algemeenen Nederlandschen Bierbrouwersgezellenbond. De bond had als doel "een krachtige organisatie te vormen van alle werklieden op brouwerijen, bierbottelarijen en mineraalwaterfabrieken, hen te ontwikkelen en de verbetering hunner maatschappelijke positie te bevorderen". Daarbij spraken zij, onder andere, de ambitie uit om "in het bijzonder (te) ijveren voor de verkrijging van den bij de wet vastgestelden werkdag van acht uur en een bij de wet bepaald minimum-loon". Zover was het echter nog niet.

vaandel DEV
Vaandel van de D.E.V.

Brouwerij-eigenaren waren in het algemeen niet gewend om hun bedrijfsvoering met het personeel af te stemmen. Hoewel sommigen bereid waren enigszins aan de eisen tegemoet te komen, moesten anderen er niets van hebben. Dit leidde tot menig conflict. Soms weigerde de directie om de verenigingen als gesprekspartner te accepteren. Niet zelden werd de vertegenwoordiger van de bond ontslagen. In het geval van Theo Verdurmen, een van de oprichters van de D.E.V., was zijn ontslag volgens de directie van De Amstel "Om de rust op de brouwerij terug te laten keren". Drie collega's die het voor hem hadden opgenomen wachtte hetzelfde lot.

De georganiseerde arbeiders hadden twee drukmiddelen om hun eisen kracht bij te zetten. Het eerste was de werkstaking. Bij voldoende deelname kon een brouwerij geheel stilgelegd worden. Dit had echter het grote nadeel dat de stakers geen loon kregen. Het was aan de solidariteit van andere beroepsverenigingen om de stakers financieel te ondersteunen. In 1903 werden bij De Amstel, Heineken's Bierbrouwerij, Het Haantje en de Deli-Brouwerij, als gevolg van een staking, respectievelijk 39, 16, 11 en 3 werklieden ontslagen. Hierop besloot D.E.V. zijn tweede wapen in te zetten, de boycot.

Bij het afkondigen van een boycot, werden alle arbeiders opgeroepen geen bier meer van de desbetreffende brouwerij te drinken, te verkopen of te vervoeren. De namen van koffiehuishouders die zich niets van de boycot aantrokken werden bekend gemaakt, zodat de solidaire arbeiders zich daar niet meer lieten zien.
De effectiviteit van deze acties is lastig te beoordelen. Meestal waren niet alle werknemers van de brouwerij bij de bond aangesloten. Zij staakten niet mee. Soms werden mensen van buiten aangenomen om de stakers te vervangen. Brouwers organiseerden zich ook. Gesuggereerd wordt dat De Phoenix hulp kreeg van de Amstel-brouwerij toen daar de boycot werd uitgesproken. Beide eigenaren waren lid van de Bond van Brouwerij-direkteuren.

Desondanks boekten de bonden ook enkele successen. In 1905 bleek de directie van de Hengelosche bierbrouwerij bereid om de volgende nieuwe regelingen in te voeren:

  • Het loon der losse werklieden die op uren werkten en f 9 en minder verdienden, zal op f 9.50 (vast) worden gebracht.
  • Zij die f 9 en f 9.50 vastloon hadden, worden verhoogd tot f 10.
  • De arbeidstijd wordt verkort met een uur, met dien verstande, dat de drukke zomermaanden een uur langer, en in de winter een uur korter gewerkt zal worden.
  • De overuren zullen met 25 pCt. uitbetaald worden.
  • Bij de vrije dagen die reeds gegeven worden met behoud van loon, zijn nog 3 dagen gevoegd; deze zullen echter niet in de drukke zomerdagen opgenomen kunnen worden. De werktijd is derhalve zomers 9 1/2 uur, 's winters 8 1/2.

In 1906 liep het uit de hand bij de Germania-brouwerij in Wageningen. Eigenaar Van den Dries weigerde in gesprek te gaan over een loonsverhoging. Enkele arbeiders sloten zich vervolgens aan bij de Bierbrouwersgezellenbond. De voorzitter van de bond werd kort daarop ontslagen waarna een staking uitbrak van zes van de dertien werknemers, onder wie de brouwer. Bovendien werd een boycot uitgesproken. Na drie weken staken kwamen het hoofdbestuur van de Bond van eigenaars en directeuren van bierbrouwerijen en het hoofdbestuur van de Bierbrouwersgezellenbond tot een overeenkomst waarbij de ontslagenen weer in dienst werden genomen, het minimumloon steeg van 6 naar 8 gulden per week, betaling van overwerk met 50 procent werd verhoogd en de werkdag werd vastgesteld op 6.00 tot 19.00 uur met 2 uur schafttijd. Alle onrust had veel schade aangericht die uiteindelijk leidde tot sluiting van de brouwerij.

De Algemene Nederlandse Bierbrouwersgezellenbond fuseerde in 1908 met de Bond van Branders en Distillateursknechts tot de Bond van Arbeiders in Alcoholhoudende en Alcoholvrije Dranken en sloot zich aan bij het Nederlands Verbond van Vakverenigingen. Pas in 1919 werd de Arbeidswet van kracht waarin werd bepaald dat een werkweek voortaan 48 uur zou duren, met een maximum van acht werkuren per dag. De vrije zaterdag volgde in 1960.

Podcasts

Blogs

Adverteerders

×