• 2022

Op 1 maart 2022 publiceerde bieraficionado Raymond van der Laan zijn column Een land van gestampte muisjes en geprakte boerenkool op de website van de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur. Net als in zijn blogs van juli (Terug naar normaal) en november 2021 (Witte vlekken) zette hij daarin zijn strijd voort tegen het gebruik van het woord 'speciaalbier'.

Speciaalbier

Van der Laan schreef: ‘Het is een serieuze zaak. Want alles wat “speciaal” is, is niet “normaal”. En wat niet normaal is, wat niet aan de norm voldoet, zal vroeger of later het veld ruimen. Echter. Biervariatie is nu juist wél normaal. En dus is het niet nodig om het speciaal te noemen. Wat speciaal is, is dat we decennialang konden kiezen uit slechts één type bier. De norm zou moeten zijn dat we de keuze hebben uit diverse typen bier, van diverse brouwerijen. Daar is niets speciaals aan. De bedreiging bestaat er uit dat het “speciale” wordt gezien als hype, mode, rage, trend of gekte. Iets van voorbijgaande aard dus. Iets voor hobbyisten (bierbrouwen is vaak een “uit de hand gelopen hobby”), iets voor hipsters, voor geeks, een incrowd. Niet voor de gewone man of vrouw. En dus iets om aan je voorbij te laten gaan, om te negeren, om als afwijking te beschouwen.’

De term speciaalbier is vermoedelijk overgenomen uit het Duits. In Duitsland werd al langer het onderscheid werd gemaakt tussen Einfach (eenvoudig) bier en Spezial. Brouwerij De Klok brouwde in de jaren vijftig het Grolsch Speciaal, dat in krantenadvertenties een speciaalbier werd genoemd. Het was een ondergistend bier met 6.5 procent alcohol, dus oneerbiedig gezegd een pils met meer alcohol. Ook De Kroon uit Boxtel en Vullinghs uit Sevenum hadden dat in hun assortiment, en Amstel iets dergelijks met Amstel Gold (volgens Wikipedia zelfs een ‘pils- en speciaalbier’). Later noemde De Hoop uit Budel haar Bock speciaal en werd Brand Imperator aangeprezen als speciaalbier. In een artikel over de opening van de Arcense Brouwerij in 1981 schreef NRC Handelsblad: ‘Het is de bedoeling dat begin juni wordt begonnen met de produktie van vier verschillende soorten bovengistend speciaalbier.’

Hierna kreeg de term speciaalbier steeds meer de lading van ‘ander bier dan pils’. Hij kreeg zelfs een juridische status in het vonnis van een rechtszaak van Stella Artois tegen de eigenaar van het Groningse Café de Groote Griet. De uitbater mocht contractueel naast Stella ook ‘speciaal-bier’ van andere brouwerijen schenken, waarop hij het zeer speciale Oranjeboom-bier op de tap had gezet. De rechter floot hem terug: ‘Voor de betekenis van het in de bier-branche gebruikelijke begrip 'speciaalbier' moeten we te rade gaan in die bier-branche. Het is een feit van algemene bekendheid, dat onder “speciaalbier” moet worden verstaan een type bier, dat duidelijk afwijkt in smaak, alcoholgehalte en kleur van pilsbier. Oranjeboom is typisch een pilsbier.’

Met de groei van het aantal brouwerijen en de toenemende variëteit aan bieren werd speciaalbier ook een geuzennaam. Sommige nieuwkomers noemden zichzelf speciaalbierbrouwerij of hun product speciaalbier om zich af te zetten tegen de grote ‘Big Beer’-concerns met hun fabriekspils. Aan de andere kant bleef speciaalbier een marketingterm om de consument te verleiden ook eens iets anders te proberen.

Van der Laan vindt het inmiddels een ‘archaïsche, misplaatste term’ die we kunnen missen: ‘Laat biervariatie normaal zijn, laat bierrijkdom normaal zijn. Behandel het als iets normaals, en het wordt iets normaals. Onheil dreigt. Laten we daarom de wereld een pietsie gezelliger maken. Stop het gebruik van het woord “speciaalbier”. Vandaag nog.’

De toekomst zal uitwijzen of, en zo ja wanneer, het brede palet van bierstijlen in het winkelschap en op de bierkaart de norm wordt - of dat het nog een tijd zal worden afgemeten aan ‘pilsbier’.

Podcasts

Blogs

Adverteerders

×