Na de ommekeer die in 1980 was ingezet brouwden de nieuwe Nederlandse biermakers vooral naar Belgisch voorbeeld. België was bekend en had een grote rijkdom aan bieren en biertypen te bieden. In Nederlandse biercafés waren vooral trappistenbieren, Duvel, Palm, ‘bolleke’ De Koninck, kriek en Hoegaards witbier in trek. Populaire verschijningen waren ook de naar (soms verdwenen) abdijen vernoemde dubbels en tripels. Ook uit de Nederlandse brouwketels kwamen vervolgens eveneens in ruime mate blond en witbier, dubbels en tripels. Af en toe stond daar een Duitse of Britse exoot tussen zoals Arcener Stout, en het ontstaan van de Jopenbrouwerij in 1995 stoelde op historische Haarlemse bieren.
Ondertussen broeide er in de Verenigde Staten iets heel anders. Ook daar was na decennia van zeer eenzijdig aanbod een tegenbeweging op gang gekomen, deels door zoekende en tastende thuisbrouwers. Zij lieten zich vooral inspireren door bieren uit het oude moederland, het Verenigd Koninkrijk. Zelf visten ze een zo goed als verdwenen biersoort op: India pale ale, het stevige, flink gehopte bier dat de Britten in de negentiende eeuw naar India hadden gebracht. Hun fascinatie hiervoor en ongetwijfeld vele probeersels ermee leidden tot een nieuwe versie van dit bier: de American IPA, met inheemse Amerikaanse hopsoorten als amarillo, cascade, chinook en columbus. Dit bier vertoonde krachtige, vaak fruitige aroma’s en smaken en moest zo vers mogelijk worden gedronken teneinde die te kunnen ervaren.
Het bier en die hopsoorten maakten een stormachtige ontwikkeling door. Bierdrinkers waren nieuwsgierig naar die nieuwe, regionale smaken. Zodoende kwamen er steeds meer jonge, ambitieuze en vooral nieuwsgierige brouwers die er in relatief kleine bedrijven mee werkten en ook experimenteerden. Deze groeiende beweging, die ook ‘oude’ bieren als pale ales, porters en stouts een wedergeboorte bezorgde, kwam bekend te staan onder de aanduiding 'craft beer'. Het inspireerde en beïnvloedde vervolgens de bierwereld elders – waaronder op den duur de Nederlandse.
Tot die tijd waren hier maar mondjesmaat Britse of zelfs Duitse bierstijlen te vinden. Zo had de Stichting Noord-Hollandse Alternatieve Bierbrouwerij (SNAB) in 1994 al een porter gelanceerd, X-Porter, De Hemel in Nijmegen in 1997 het rauchbier Moenen en De Schans in Uithoorn in 1998 de Engels gehopte Canadian Goose Pale Ale. Die laatste werd op een van de etiketten overigens ‘IPA’ genoemd, een afkorting die hier toen nog zo goed als onbekend moet zijn geweest.
Toen de Amerikaanse biervernieuwing zich aandiende toonde de SNAB zich andermaal een pionier. Zij kwam in 2000 opnieuw met een pale ale. Het etiket ervan gaf verder niets prijs, maar de in Amsterdam woonachtige Britse bierschrijver Ron Pattinson omschreef hem als ‘very much in the American pale ale style’, met ‘bags of citrusy American cascade hops’ aan boord. Hoe bijzonder dat toen was duidde hij ook aan: ‘The only beer in this style that I know of to be brewed in Continental Europe.’
Dit is inderdaad het eerste signaal van de Amerikaanse invloed op onze brouwcultuur geweest. Pas later noemde de SNAB het bier ‘a genuine American pale ale’. Toen waren ook anderen gevolgd of aan het volgen. De Canadian Goose Pale Ale van De Schans verdween, maar werd in 2002 opgevolgd door een Amerikaans gehopte pale ale. Merkwaardig genoeg werd dit bier uitgebracht onder de naam Lentebier, zonder nadere aanduiding op het etiket. Op Ratebeer echter herkenden proevers de fruitige citrusachtige hoparoma's en smaak (van o.a. cascade) en de bittere afdronk (waarderend) als van een American pale ale. Ratebeer classificeerde het bier ook als zodanig.
De SNAB en De Schans zijn daarna doorgegaan met pale ales, maar hebben nooit een IPA gebrouwen. Op dat vlaggenschip van de craftbierbeweging bleef het nog jaren wachten. Onofficieel is het toepasselijk USA_IPA geheten bier van de Muifelbrouwerij de oudste Nederlandse IPA. Onofficieel, omdat de Muifelbrouwerij bij de geboorte ervan in 2006 nog helemaal niet bestond. De latere brouwer-eigenaar Martin Ostendorf was toen nog hobbybrouwer, maar bewees dat jaar nog eens hoe relevant die tak van sport was. Hij importeerde eigenhandig voor zichzelf en enkele ‘collega’s’ chinook, columbus en cascade. Daarmee brouwde hij in september voor het eerst pale ale en IPA. “De basis van deze recepten kwam zeker overeen met de latere commerciële Muifel USA_IPA,” blikte hij terug. Daarna ging hij ook met het brouwen ervan door en tapte hem op het festival van het Kleine Brouwers Collectief, tot de commerciële introductie ervan als Muifel-bier in 2013.
Toen was er al veel meer gebeurd. Begin januari 2007 waren tijdens de jaarlijkse vakbeurs Horecava op instigatie van vakblad Proost en bierimporteur Bier&cO ‘craft beers’ uit de VS te proeven. Ze trokken grote, maar bij nader inzien nogal afstandelijke belangstelling. De straf gehopte IPA’s bliezen de neuzen en oren van de gasten omhoog. Zij bezagen dit verschijnsel als interessant maar dubieus. Het wekte nog weinig indruk. ‘Dit jaar was er weinig biernieuws,’ schreef ’s lands oudste bierblog van het Bierburo een week later. Of nou ja: ‘Het vakblad Proost had ook nog een stand met verschillende speciaalbieren.’ Dat daar wel degelijk ‘biernieuws’ bij zat bleef onder de radar.
Ergens moet toch een knikker zijn gaan rollen. In oktober 2007 bracht brouwerij De Molen een Nederlandse IPA uit. Nou ja: hij heette ‘Amarillo’s Winterwarmer’ en was een eenmalig jubileumbier van de regio Zuid-Holland van bierorganisatie PINT, maar het etiket vermeldde wel degelijk ‘IPA’. In het daaropvolgende voorjaar kwam het bier definitief en onder de naam Amarillo op de markt. Curieus genoeg was deze eerste Nederlandse IPA meteen maar een double IPA, met maar liefst 9,2 procent alcohol.
De Molen introduceerde in 2008 en 2009 nog verschillende andere IPA’s, waarvan Vuur & Vlam nog altijd bestaat. Daarna was de beer los. Kort hierna bracht ook brouwerij De Eem er een uit, Xtreem Rosebud – en in 2010 volgden IPA’s van Dampegheest, Jopen, Leidsch Bier, Emelisse en Ramses. Ze vormden met elkaar de bron van een nooit meer tot staan gebrachte stroom.
