• 98

Aan het begin van onze jaartelling was het huidige Nederlandse grondgebied, voor zover het niet onder water stond en überhaupt bewoond werd, verdeeld in grofweg twee kampen. Ten zuiden van de Rijn woonden Keltische stammen in het Romeinse Rijk en in het noorden woonden Germaanse stammen. 

In het jaar 98 na Christus publiceerde de Romeinse consul en schrijver Tacitus De origine et situ Germanorum, een antropologische beschrijving van deze Germaanse noorderburen van het Romeinse Rijk. In de vertaling van Vincent Hunink (Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2000) schreef hij het volgende:

Hun gewone drank is een brouwsel van gerst of tarwe, vergist op een soortgelijke manier als wijn. De stammen dichter bij Rijn en Donau importeren ook wijn. Het eten is simpel: vruchten van het land, vers wildbraad, gestremde melk. Men verdrijft de honger zonder speciale recepten, zonder kruiden. Die matigheid kennen ze niet bij het lessen van dorst. Als men op hun drankzucht inspeelt en hun voorzet zoveel ze maar willen, zijn ze gemakkelijker te overwinnen door hun slechte gewoonten dan gewapenderhand.

Germania

Publicus Cornelius Tacitus (56-117) baseerde zijn werk op dat van andere geschiedschrijvers, van wie hij Julius Caesar himself bij naam noemt. Hij heeft zelf waarschijnlijk nooit een voet in ‘Nederland’ gezet. Het is dan ook onbekend in hoeverre zijn beschrijving van de Germanen op onze toenmalige landgenoten van toepassing is. Duidelijk is wel dat bier bij hen een prominente rol vervulde.
Tacitus meldt daar in de woorden van Hunink ook nog het volgende over: Dag en nacht doordrinken wordt niemand tot schande aangerekend. Ruzies komen natuurlijk veel voor bij zoveel drankgebruik, en het blijft maar zelden bij gescheld. Vaker eindigt het met doodslag of vechtpartijen.
Deze karikaturale omschrijving van drankzuchtige ruziemakers zou door de Germanen zelf ongetwijfeld anders zijn verwoord als zij hun geschiedenis zelf hadden opgeschreven. Bij Tacitus speelde mee dat hij hen als de grootste vijand van de Romeinen beschouwde.

De Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk die in ons land van Katwijk aan Zee tot aan Spijk (bij Tolkamer) liep, was overigens geen grens tussen bierdrinkende Germanen en wijndrinkende Romeinen. Van de Keltische stammen ten zuiden ervan is bekend dat ook zij destijds bier dronken.

Podcasts

Blogs

Adverteerders

×