• 1931

In 2022 publiceerde de belangenvereniging Nederlandse Brouwers cijfers waaruit bleek dat alcoholvrij bier de grote hit van de biersector was geworden. De afzet ervan was het voorgaande decennium explosief gestegen, tot bijna 7 procent van het totaal.

Het is de culminatie van een langdurige ontwikkeling, want het verschijnsel alcoholvrij bier is al oud. Vanaf het eind van de negentiende eeuw werd het gemaakt in Denemarken, Duitsland, Engeland en Rusland. Nederlanders konden het soms proeven tijdens tentoonstellingen en beurzen of in volkskoffiehuizen. Dankzij de actieve anti-drankbeweging was er een voedingsbodem voor.
De eerste Nederlandse bierbrouwerij die er brood in zag was De Kolk in St. Michielsgestel. ‘Alcoholvrij Bier. / Afnemers gevraagd’, adverteerde deze op 17 april 1905. Kennelijk wilde het bedrijf polsen of er belangstelling voor bestond. Maar noch de liefhebbers van de toen populaire laagalcoholische bieren noch niet-drinkers toonden die.

Phoenix Malto

In maart 1918 kwam brouwerij Phoenix uit Amersfoort tijdens de Tweede Hollandsche Jaarbeurs met Malto, een nu eens 'alcoholvrij'en dan weer ‘nagenoeg alcoholvrij' genoemd bier. Malto bevatte namelijk wel alcohol. Volgens het Maandblad tegen de Vervalschingen was echter een 'onvermijdelijke hoeveelheid' - door nagisting. Hier kon 'practisch beschouwd van een alcohol-vrijen drank gesproken' worden. Malto verscheen vervolgens inderdaad als alcoholvrij in reclames en tevens als een 'limonade'.
Een andere twijfelachtige verschijning bracht brouwerij De Gekroonde Valk in 1932 uit met Valko, ‘de beste drank na sport en bij snelverkeer’. Valko mocht wegens een afwijkende verhouding tussen extract- en alcoholgehalte geen ‘bier’ worden genoemd, hoewel het wel 2 procent alcohol bevatte. De brouwerij sprak enerzijds ook van een ‘minimaal alcoholgehalte’. Op het etiket prijkte echter ‘alcoholvrij’.

Valko 

Inmiddels was er ook écht Nederlands bier vervaardigd dat alcoholvrij was. Heineken had daar in 1931 monsters van laten maken. Voor de productie werd gedacht aan de overgenomen St. Servatiusbrouwerij te Maastricht (voorheen De Zwarte Ruiter). Die monsters bevielen niet, maar een tweede proefbrouwsel werd alsnog goedgekeurd. Daarna besloot Heineken er toch niet mee door te gaan en de voorkeur te geven aan limonade. De overweging daarbij was dat alcoholvrij bier onder de accijnsheffing viel.
In oktober 1935 had De Valk, Eindhovens grootste brouwerij, er ook een klaar. Een monster ervan werd gekeurd tijdens een vergadering van de lokale belangenorganisatie Eindhovensche Brouwersbond. Ook deze Nederlandse 0.0 kwam echter niet naar buiten. De aanwezigen vonden dat de drank ‘met bier niets uitstaande heeft’. Hij verdween na deze eenmalige gelegenheid.

Pas in de jaren zeventig wist alcoholvrij een marktsegment in te nemen. Skol introduceerde het Zwitserse alcoholvrij genoemde Birell, maar werd teruggefloten door de Reclame Code Commissie omdat het wel degelijk 0,5 procent bevatte. Concurrent Kronenbourg zag daarop zijn kans schoon met het eveneens Zwitserse Moussy, ‘echt alcoholvrij bier / 0,0 vol. %’. Veel groter succes boekte echter het Duitse Clausthaler dat hier in 1986 werd geïntroduceerd. Het kreeg 80 procent van de alcoholvrij-markt in handen.
Eigenlijk was Heineken dus laat toen het in 1988 ook ging meedoen. Het had die ene poging uit 1931 nooit een vervolg gegeven, tot in september 1988 Buckler werd gelanceerd. Heineken maakte het in ’s-Hertogenbosch ‘door een speciale vergisting’. En na een jaar was het ruim marktleider. Ook Buckler was overigens niet alcoholvrij: het bevatte 0,5 procent en heette in advertenties ‘bier met bijna geen alcohol’.

Buckler

Cabaretier Youp van ’t Hek was dat om het even. In zijn oudejaarsconference op 31 december 1989 maakte hij er korte metten mee. Buckler en iemand die dat dronk hoorden niet in zijn café thuis, poneerde Van ’t Hek luidruchtig: ‘Ga in de kerk zuipen, idioot!’ Bucklerdrinkers waren enge saaie yuppen, ‘van die lullen van een jaar of veertig die naast je in het café staan met die autosleutels’. Die uitspraak ging een eigen leven leiden: de gewraakte drinker werd ‘de Buckler-lul’. Dat woord heeft Van ’t Hek nooit gebruikt, maar evengoed creëerde hij een stigma.
Buckler raakte uiteindelijk uit de gratie, de verkoop ervan daalde. Heineken probeerde het tij te keren door Buckler geheel alcoholvrij te maken, maar vergeefs. Door Youp? Buckler ‘was gewoon niet lekker genoeg’, herinnerde Heineken-brouwmeester Willem van Waesberghe zich later. Het in 1989 gelanceerde Bavaria Malt zou beter gewaardeerd zijn en Buckler zou ten tijde van Youp al terrein hebben prijsgegeven. Uit kranten blijkt het tegendeel, en dat sommige consumenten voor Bavaria Malt kozen omdat dat slechts 0,1 procent bevatte. Hoe dan ook nam Bavaria de koppositie over. Eind 1993 hakte Heineken de knoop door: Buckler verdween uit de Nederlandse winkels.

Heineken was zijn tijd te ver vooruit geweest met een product. Nadat het bedrijf een kwarteeuw later een herstart maakte met Heineken 0.0, groeide dat wel uit tot blijvende marktleider. En zag Bavaria zich gedwongen tot een update van zijn in 2010 uitgebrachte 0.0, geholpen door de voortgeschreden techniek.
Alcoholvrij bier heeft de ‘Buckler-lul’-schaduw allang achter zich gelaten. De afzet ervan is voortdurend gestegen en er zijn meer soorten en merken gekomen. Het verschijnsel kan bijna een ‘beweging’ worden genoemd: bekende biersommeliers zijn al op de bres gesprongen voor bier mét alcohol.

Podcasts

Blogs

Adverteerders

×