In de jaren dertig van de negentiende eeuw maakten Nederlandse bierdrinkers voor het eerst kennis met lagerbier. Diverse steden in Beieren, waar het zogenoemde ondergistend brouwen (met vergisting en langdurige lagering bij zeer lage temperaturen) al eeuwen praktijk was, begonnen hun producten te exporteren. Door verbeterde en modernere transportmogelijkheden kwamen ze ook naar Nederland. In 1835 sleten de gelegenheid ‘Zur Stadt Iserlohn en de handelaar Camphuynder in Amsterdam als eersten dit bruine, voor onze begrippen vrij bittere bier.
Niet lang daarna volgde een ander ondergistend succesnummer: bockbier. Bock was een donkerder, zoetiger en sterker seizoensbier, dat in München was ontwikkeld. Daar werd het eerste vat traditioneel op of kort voor 1 mei aangeslagen. De horecapionier Camphuynder haalde ook deze specialiteit in 1843 als eerste naar Nederland.
Het bleef niet bij import en consumptie van Beijersch lagerbier. Ook brouwers gingen zich in ons land met ondergistend brouwen bezighouden. Zij konden dat echter alleen doen gedurende een strenge en vooral lang aanhoudende winter. Bij de levering gold als credo uiteraard ‘zolang de voorraad strekt’ – een nieuwe portie brouwen was niet mogelijk. Het weerhield minstens zeventien brouwers in het hele land er niet van dit te proberen en hun producten ook te verkopen.
Sommigen waagden zich ook aan bock. De Groninger W. Alingh Bulthuis van brouwerij De Struisvogel adverteerde in 1853 en 1854 met ‘Beijersche bock-, lager- en tafelbieren’. In maart 1867 en ook daarna bracht De Star in Duiven, die sinds 1865 ondergistend bier brouwde, ‘Beijersch (bok)bier’ uit. En een derde pionier, St. Annaberg bij Nijmegen, nam in mei 1868 en 1869 ‘Bock Bier’ in de prijscourant op. Alle drie vielen na enkele jaren stil. Over hun productie, die welhaast niet zonder natuurijs kan zijn verlopen, is ook niets bekend.
Serieuze bockactiviteit kwam er pas na de oprichting van een speciaal voor ondergisting bedoeld brouwbedrijf, de NV Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij. Het bedrijfscomplex verrees vanaf 1864 aan de Weesperzijde te Amsterdam. Begin 1867 kwam er voor het eerst bier uit en dat gewone ‘Beijersch’ was direct een succes. En net als in München begon deze in mei ‘Koninklijke’ geworden brouwerij ook bock te produceren. In maart 1868 adverteerde de KNBB met dit ‘uitmuntend bockbier’. Het was de eerste Nederlandse bock die jaarlijks zou verschijnen.
In het voetspoor van de ‘Koninklijke’ verrezen de daaropvolgende jaren diverse andere ‘Beijersche’ bierbrouwerijen in Nederland. De Hooiberg van Gerard Heineken werd vertimmerd en begon in 1870 ‘Beijersch’ te produceren. Een jaar later deed ook een nieuw gebouwde brouwerij aan de Mauritskade dat, De Amstel. Die kwam in april 1872 bovendien ook met een bock die ‘menigvuldigen bijval’ oogstte. Heineken volgde in februari 1874 en ook andere nieuwe (en soms oudere) brouwerijen kwamen met een bock.
Daarmee ontstond ook een soort bockbiertraditie. Net als in München werd bock hier een seizoensbier, zij het niet voor de maand mei. Vanaf de eerste introductie verschenen de Nederlandse bocken vroeger dan in Beieren en op den duur zelfs in de winter. Elke brouwerij bepaalde wel zijn eigen tijdstip; van november tot maart werden er bocken aangeboden. Meestal ging het om een eenmalige release, maar een enkeling als De Posthoorn uit Leiden kwam twee keer in een winter met een voorraad bock: in november of december en in februari of maart. Alleen in 1899 en 1900 bracht De Sleutel uit Dordrecht eind mei respectievelijk begin juni een Pinksterbok uit. In 1928 spraken de brouwerijen af om de bocken los te laten op de tweede donderdag van december. Pas veel later, diep in de twintigste eeuw, is bock door steeds vroegere introductie een herfstbier geworden zoals we dat nu kennen.
De vroege bocken hadden al een stamwortgehalte (gehalte aan opgeloste suikers) van 16º, tegen nu minimaal 15º. Waarschijnlijk bevatten ze echter nog geen 6,5 procent alcohol of meer zoals tegenwoordig. Het bier werd niet volledig uitgegist, om zachtzoete smaakelementen te behouden.
De op één na eerste Nederlandse bock is nu het oudste bier van ons land. In 1926 is de KNBB ter ziele gegaan terwijl de grotere brouwerijen de markt genadeloos veroverden. Haar bieren, inclusief de eerste jaarlijkse Nederlandse bock, bestaan dus niet meer. De tweede bock, die van van Amstel, daarentegen nog wel. In 2022 heeft dit bier zijn 150e verjaardag gevierd. Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw is er een enorme variëteit aan Nederlandse bockbieren ontstaan, maar Amstel Bock geldt voor velen nog altijd als een soort standaard.